Berntsen Mulder Advocaten logo

Afbeelding

Berntsen Mulder header afbeelding
20 oktober 2011

Vrouw stelt man aansprakelijk voor ongeval sprookjeshuis

Verhuizen. Sprookjeshuis. Heerlijke tuin. Vader, moeder en 2 kindertjes. Het is zomer. Moeder, 33 jaar, loopt met een hangmat de tuin in. Ze maakt de hangmat vast aan een pilaar naast het huis. De pilaar dient als sluitsteun voor een groot hek. Dat hek hangt aan het huis en tikt dicht tegen deze pilaar.

Moeder steunt met haar handen op de rand van de hangmat en gaat er voorzichtig in liggen. Het zal de laatste keer zijn dat zij haar lichaam zelfstandig beweegt. De pilaar stort in, bovenop haar. Ze loopt een hoge dwarslaesie op en zal de rest van haar leven, vanaf haar nek, volledig verlamd zijn.

De pilaar blijkt verkeerd te zijn gebouwd en was gedoemd om in te storten. Wat zegt de wet hierover? Stel, je bezit een huis. Dat huis voldoet niet aan de eisen die je aan een huis mag stellen. Er vindt daardoor een ongeluk plaats waarbij iemand gewond raakt. Dan moet de bezitter de schade vergoeden. Dat geldt ook voor de pilaar die verkeerd gebouwd is.

Maar als het jouw eigen huis (of pilaar) is, dan heb je niets aan dit artikel, dachten we tot voor kort. Maar de hangmatzaak heeft onze juridische wereld veranderd. De vrouw met de dwarslaesie sprak, in goed overleg, haar man aan. Haar betoog? Ik ben zelf bezitter van het huis, maar mijn partner is dat ook.

Daarom moet hij 50 procent van de schade vergoeden. Slimme juristen betoogden met veel ophef dat dit onzin was. Maar de Hoge Raad vond het helemaal niet zo onzinnig. Op vrijdag 8 oktober 2010 gaf de Hoge Raad mevrouw gelijk. Haar man is aansprakelijk voor de helft van haar schade. De aansprakelijkheidsverzekeraar van de man moet de helft van alle schade betalen.

Hoe gaat het nu verder met dit stel in hun sprookjeshuis? Het eindigt misschien toch nog een beetje sprookjesachtig. Twee maanden na het ongeluk is het stel in het ziekenhuis alsnog getrouwd.

Wat gaat er door je heen als je de voorganger hoort spreken: “Wilt u zich aan hem geven en hem bijstaan in goede en kwade dagen, in voorspoed en tegenspoed? Wat is daarop uw antwoord?”
Ik hoop dat zij nog lang en gelukkig leven.