Berntsen Mulder Advocaten logo

Afbeelding

Berntsen Mulder header afbeelding
17 mei 2016

Nieuw wetsvoorstel creëert grondslag voor vergoeding van affectieschade

Een betere positie voor naasten van mensen die ernstig en blijvend letsel lijden of overlijden ten gevolge van een ongeval. Dat is het doel van het Wetsvoorstel vergoeding affectieschade, dat in juni op de tafel van de Tweede Kamer ligt. Jurist Melanie Hensen laat er haar licht over schijnen.

Over iets meer dan een maand staat een voor de letselschadepraktijk belangrijke stemmingsronde op de agenda van de Tweede Kamer: In week 25 wordt namelijk gestemd over het Wetsvoorstel vergoeding affectieschade van minister Van der Steur.

Met de introductie van dit wetsvoorstel wordt een betere positie gecreëerd voor naasten van personen die ernstig letsel lijden of overlijden ten gevolge van een gebeurtenis waarvoor een andere persoon aansprakelijk is. Met de uitbreiding van het limitatieve stelsel van de artikelen 6:107 en 6:108 BW zullen ook deze naasten in aanmerking komen voor vergoeding van de immateriële schade die zij hebben geleden door de schadeveroorzakende gebeurtenis; een soort 'smartengeld voor naasten'. Wat wordt er concreet geregeld in het voorstel, welke beperkingen gelden daarbij en welke voor de letselschadepraktijk relevante veranderingen zal het voorstel teweeg brengen?

De historie van het wetsvoorstel

Eerst een korte voorgeschiedenis van het wetsvoorstel. Uit de Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel blijkt dat de wetgever zijn gedachten al bij de totstandkoming van het nieuwe deel van het Burgerlijk Wetboek heeft laten gaan over de mogelijkheid om immateriële schade van naasten voor vergoeding in aanmerking te laten komen.

Om veelal praktische redenen is destijds besloten hiervan af te zien. In 2003 werd al eerder een wetsvoorstel affectieschade ingediend, dat in 2010 na een langslepend parlementair debat uiteindelijk is blijven steken bij de behandeling in de Eerste Kamer.

Tussentijds is in een door het Ministerie van Justitie in 2008 geïnitieerd onderzoek door de Vrije Universiteit onderzoek gedaan naar (de behoefte aan) affectieschade. Hieruit bleek dat nabestaanden van overleden personen en naasten van personen die ernstig en blijvend letsel opliepen na een ongeval veel behoefte hadden aan een vergoeding voor affectieschade.

Goede richting

Het eerste stapje in de goede richting volgde hierna in 2012. Sinds 2012 is het op grond van artikel 3 lid 1 sub c van de Wet Schadefonds Geweldsmisdrijven voor nabestaanden van slachtoffers van misdrijven mogelijk om voor de vergoeding van affectieschade een uitkering te krijgen uit dit fonds. De laatste jaren klinkt steeds luider de roep om de vergoeding van immateriële schade voor naasten te verankeren in het Burgerlijk Wetboek, niet in de laatste plaats omdat het Europees Hof voor de Rechten van de Mens al meerdere malen heeft aangenomen dat er een recht op affectieschade bestaat in gevallen waarin een Staat aansprakelijk is voor het overlijden van een naaste.

Nederland is een van de weinige landen in Europa waar nog geen recht op vergoeding van affectieschade bestaat. De tijd is volgens Minister van Justitie Van der Steur daarom rijp voor een algemene wettelijke grondslag voor de vergoeding van affectieschade voor naasten en nabestaanden. 

Overigens maakte het wetsvoorstel aanvankelijk deel uit van een groter geheel, het Wetsvoorstel schadevergoeding zorg- en affectieschade. Het wetsvoorstel zorgschade vergt echter nog nadere beschouwingen, dus is er nu voor gekozen om het Wetsvoorstel vergoeding affectieschade alvast in te dienen.

Hoofdmoten en ratio van het voorstel

Voor de letselschadepraktijk zijn de hoofdmoten in het wetsvoorstel, dat ten eerste de artikelen 6:107 en 6:108 BW in enkele opzichten worden gewijzigd, om zo het recht op vergoeding voor affectieschade voor naasten en nabestaanden mogelijk te maken. Daarnaast wordt artikel 51 Wetboek van Strafvordering dusdanig gewijzigd, dat de naasten zich, in het geval de gebeurtenis het gevolg is van een strafbaar feit, als benadeelde partij in een strafzaak kunnen voegen voor de vergoeding van hun immateriële schade en afgeleide schade.

De ratio van het wetsvoorstel is volgens de wetgever gestoeld op de wens van erkenning van het leed van naasten van degene die ernstig of blijvend gewond is geraakt of van nabestaanden van een persoon die is overleden ten gevolge van een schadeveroorzakende gebeurtenis. Niet alleen de benadeelde zelf lijdt door zo’n gebeurtenis, ook voor de naasten of nabestaanden die in een nauwe persoonlijke betrekking tot die benadeelde staan of stonden, heeft zo’n gebeurtenis een enorme impact op hun leven. Volgens de Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel is het daarom in de bedoelde gevallen gerechtvaardigd hen een zekere genoegdoening te verschaffen.

De inhoud van het voorstel

Artikel 6:95 BW biedt een algemene wettelijke grondslag voor vergoeding van ‘ander nadeel dan vermogensschade’. Aan de hand van dit artikel wordt met het gewijzigde artikel 6:107 BW de wettelijke basis gecreëerd voor vergoeding van affectieschade in geval van ernstig en blijvend letsel van een benadeelde voor een limitatieve kring van naasten. Artikel 6:108 BW wordt in soortgelijke zin gewijzigd voor affectieschade voor het overlijden van een naaste.

Er bestaat slechts een recht op vergoeding van affectieschade bij ernstig én blijvend letsel. De wetgever vindt de rechtvaardiging hiervoor in het feit dat er slechts in zulke gevallen sprake zal zijn van een grondige ommezwaai in het leven van deze naasten, nu zij voor een langdurige periode en op heftige wijze met de gevolgen van de schadeveroorzakende gebeurtenis geconfronteerd zullen worden. Het vereiste voor ‘blijvend’ letsel is dat “het vooruitzicht ontbreekt dat de letselgevolgen na verloop van tijd verminderen, althans in die mate dat het letsel niet meer als ernstig valt aan te merken.”

70% blijvende invaliditeit

De duiding van ernstig letsel zal voor discussie vatbaar zijn, al geeft de wetgever wel enige handvaten. Gesteld wordt namelijk dat bij een blijvende functiestoornis, of blijvende invaliditeit, van op zijn minst 70%, vastgesteld aan de hand van de AMA Guides, “in de praktijk sprake zal zijn van ernstig en blijvend letsel als in dit wetsvoorstel bedoeld.” Ook psychisch letsel valt onder ernstig en blijvend letsel. Het dient te gaan om medisch objectiveerbaar letsel. Aangetekend hierbij is dat niet in alle gevallen strikt van het minimumpercentage van 70% zal worden uitgegaan; tezamen met de blijvende functiestoornis is ook de invloed van het letsel op het dagelijks leven van de benadeelde en zijn naasten van belang. Het letsel zal zo ernstig moeten zijn dat een grote ommezwaai of een ingrijpende wijziging in het leven van de benadeelde aannemelijk is.

Vaste kring van gerechtigden

Het wetsvoorstel bevat geen overgangsrecht. Voor schadeveroorzakende gebeurtenissen die na inwerkingtreding van het wetsvoorstel zijn voorgevallen, zal worden gewerkt met een systeem van een vaste kring van gerechtigden en vaste bedragen. De vaste kring van gerechtigden is opgenomen in het nieuwe artikel 6:107 lid 2 sub a tot en met g BW en artikel 6:108 lid 4 sub a tot en met g BW. In sub g is de zogenaamde ‘hardheidsclausule’ opgenomen; dit biedt ruimte voor “overige nauwe persoonlijke relaties”. Personen die hierop een beroep willen doen, zullen een nauwe affectieve relatie met de benadeelde moeten aantonen, hetgeen zal worden beoordeeld aan de hand van de omstandigheden van het geval. De vaste bedragen worden voor de nodige flexibiliteit vastgesteld bij algemene maatregel van bestuur.

Vaste bedragen

In de Memorie van Toelichting is een schema opgenomen met verschillende bedragen die worden uitgekeerd, gedifferentieerd naar de aard van de relatie en de aard van het letsel. Deze bedragen variëren van 12.500 tot 20.000 euro. Hiervoor geldt dat aan echtgenoten en geregistreerde partners een hoger bedrag wordt uitgekeerd dan aan 'overige nauwe persoonlijke relaties' en dat een hoger bedrag wordt uitgekeerd in het geval dat iemand overlijdt ten gevolge van een misdrijf, dan dat iemand ernstig en blijvend letsel oploopt ten gevolge van een ongeval.

De ‘algemene’ instrumenten van het BW kunnen deze bedragen nog bijstellen: 

  1. Redelijkheid & Billijkheid: Zo zal op grond van artikel 6:2 BW gecorrigeerd kunnen worden als de redelijkheid en billijkheid dit ingeven. De Memorie van Toelichting geeft aan dat hiervoor slechts in uitzonderlijke gevallen plaats zal zijn. Er is voor een vaste kring van gerechtigden en voor een stelsel van vaste bedragen gekozen om discussie en lange procedures te voorkomen; een feitelijke invulling van een nauwe persoonlijke band zou voor naasten onnodig belastend kunnen zijn. 
  2. Matiging: Naast de corrigerende werking van de redelijkheid en billijkheid zou een rechter op grond van artikel 6:109 BW ook grond kunnen zien om het uit te keren bedrag te matigen. 
  3. Eigen schuld: Aan artikel 6:107 BW wordt een lid 5 toegevoegd, dat inhoudt dat degene die tot vergoeding van affectieschade wordt aangesproken, tegen de naaste dezelfde bezwaren kan inroepen als hij tegen de benadeelde zou kunnen inroepen. Dit betekent dat een eigen schuld verweer op grond van artikel 6:101 BW ook aan de naaste kan worden tegengeworpen, hetgeen overigens wel weer kan worden gecorrigeerd door de billijkheidscorrectie. 

Conclusie

Met het Wetsvoorstel vergoeding affectieschade is voor de naasten van een persoon die als gevolg van een schadeveroorzakende gebeurtenis ernstig en blijvend letsel heeft opgelopen of ten gevolge van die gebeurtenis is overleden, een grondslag gecreëerd voor vergoeding van hun affectieschade. Hieraan zijn wel enkele beperkingen verbonden: 

  1. De eerste beperking is gelegen in het feit dat de naasten zullen moeten aantonen dat er sprake is van ernstig en blijvend (medisch objectiveerbaar) letsel. 
  2. Ook zal de aansprakelijke partij in het geval van ernstig en blijvend letsel de weren die hij jegens de benadeelde persoon heeft ook tegenover de naaste kunnen inroepen. 
  3. Daarnaast is er een beperkte kring van gerechtigden – met als kleine escape de hardheidsclausule - en zou het stelsel van vaste bedragen kunnen worden opgevat als een beperking omdat immers niet op grond van de omstandigheden van het geval tot een hogere uitkering zal kunnen worden gekomen.

De introductie van het wetsvoorstel betekent een grote winst voor de letselschadepraktijk; eindelijk wordt daarmee het leed van naasten en nabestaanden erkend en wordt recht gedaan aan de aanwijzingen van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens. Dit is een (kleine) pleister op de wond van naasten die hun leven opnieuw moeten inrichten vanwege het ernstige en blijvende letsel van een persoon met wie zij in een nauwe persoonlijke betrekking staan en van nabestaanden die moeten leren leven met het verlies van een geliefde.

Op naar de stemming in de Tweede Kamer eind juni.


Wilt u meer weten over dit onderwerp? Bel of mail mij dan. Tel. 0172-427076. Mijn mailadres staat op mijn profielpagina.