Berntsen Mulder Advocaten logo

Afbeelding

Berntsen Mulder header afbeelding
13 juni 2016

‘Mama, heeft de meester gelijk dat het mijn schuld was?’

Letselschadebehandelaar Anneke Arntzen (foto) werd onlangs gebeld door een moeder, van wie de dochter was betrokken bij een letselschadekwestie.

Haar dochter (11 jaar) fietste met de hele klas op een twee-richtingsfietspad. De meester had uitdrukkelijk gezegd dat de leerlingen achter elkaar moesten fietsen en op moesten letten voor tegemoetkomende fietsers en brommers.

Inhalen

Haar dochter wilde naast een vriendinnetje gaan fietsen en ging een klasgenootje inhalen. Zij kwam hierbij op de strook voor tegemoetkomende fietsers en brommers. Juist op dat moment naderde van de andere kant een brommer en een botsing was het gevolg.

Het meisje liep letsel op. Ook was de fiets en de kleding van het meisje beschadigd.

Eigen schuld

De meester was boos en zei tegen het 11-jarige meisje dat het haar eigen schuld was. De bromfietser kon hier tenslotte niets aan doen. De meester heeft zijn verontschuldigingen aan de bestuurder van de brommer aangeboden en heeft hem weg laten rijden, zonder zijn gegevens op te schrijven.

De moeder meldt zich bij ons. Haar dochter heeft nog klachten en moeder zit met kosten. Hoe zit dit nu? Heeft de meester gelijk? Was het ‘haar eigen schuld?’

Aansprakelijkheid

De eerste vraag die beantwoord moet worden gaat over de aansprakelijkheid. Het meisje van 11 jaar heeft inderdaad een verkeersfout gemaakt, maar er geldt een bijzondere regel bij ongevallen waarbij een motorvoertuig en een fietser (of voetganger) betrokken zijn. De hoofdregel staat in artikel 185 van de Wegenverkeerswet. Daar staat dat als een motorvoertuig betrokken is bij een verkeersongeval, waardoor schade wordt toegebracht aan zaken of aan personen, dat dan de eigenaar of houder van het motorvoertuig aansprakelijk is. Tenzij  er sprake is van overmacht.

Overmacht

Een brommer is ook een motorvoertuig. Kortgezegd is de brommer aansprakelijk omdat hij in botsing is gekomen met de fietser.
Is er sprake van overmacht? Nee, er is bijna nooit sprake van overmacht. Alleen als de bestuurder van de brommer er echt niets aan heeft kunnen doen en de fietser niet had kunnen zien, is er sprake van overmacht. Denk dan bijvoorbeeld aan de situatie waarbij de fietser plotseling vanuit de struiken de weg op komt schieten.

Jonger dan 14 jaar

In dit geval geldt bovendien nog een extra regel ter bescherming van het 11-jarige meisje. Bij een kind jonger dan 14 jaar hoef je namelijk niet te kijken of er sprake is van overmacht. Dat heeft de Hoge Raad al in 1991 besloten. Van een kind jonger dan 14 jaar wordt namelijk aangenomen dat zij nog niet in staat zijn om het verkeer goed in te schatten. De eigenaar van het motorvoertuig moet de schade altijd volledig betalen, ook als het kind  een fout heeft gemaakt.

Roekeloosheid

Dus wanneer een kind jonger dan 14 jaar oud betrokken is bij een ongeval met een motorvoertuig, dan is de eigenaar van het motorvoertuig aansprakelijk, ook al kon deze er niets aan doen. Er is één uitzondering: bewuste opzet of roekeloosheid bij het kind. Dat is vrijwel nooit het geval.

Kortom, het meisje van 11 jaar had juridisch gezien geen ‘eigen schuld’. De meester heeft fout gehandeld door de brommer door te laten rijden zonder zijn gegevens te noteren.

Waarborgfonds motorverkeer

Wie betaalt dan nu de schade? Het meisje hoeft juridisch gezien haar schade niet zelf te dragen, maar de meester heeft de gegevens van de bromfietser niet genoteerd. In dit geval is er in Nederland het Waarborgfonds Motorverkeer. Het waarborgfonds betaalt de schade onder andere in zaken bij een onbekend gebleven bestuurder. Er zijn wel eisen aan verbonden, maar uiteindelijk zal het Waarborgfonds de schade alsnog vergoeden.


Wilt u meer weten over dit onderwerp? Neem contact op met Anneke Arntzen, via tel. 0172-427070 of via mail.

Dit artikel is geschreven door