Berntsen Mulder Advocaten logo

Afbeelding

Berntsen Mulder header afbeelding
18 november 2014

Heldhaftige neuroloog wil gevaarlijke automobilist niet op de weg

Als artsen fouten maken, mogen ze via het tuchtrecht op hun vingers worden getikt. Dat is een goede zaak. Maar soms snap ik de tuchtrechter niet. Op 26 augustus 2014 gaf de Amsterdamse tuchtrechter de neuroloog ‘C’ een tik op zijn vingers in de vorm van een waarschuwing. Volgens de tuchtrechter was een ‘zakelijke terechtwijzing’ noodzakelijk.

Wat is het verhaal hierachter? Een patiënt van de neuroloog kreeg in 2011 een motorongeluk met ernstig hersenletsel als gevolg. Daardoor was de patiënt erg agressief geworden. Dat bleek wel toen hij bij zijn nieuwe rijexamen zijn examinator zo bedreigde dat de bedreigde examinator door de politie ontzet moest worden. De patiënt slaagde gek genoeg niet voor zijn rijexamen.

Bovendien maakte de patiënt met zijn hele lichaam schokkende bewegingen die hij niet kon onderdrukken. Dat is ook niet ideaal voor een bestuurder van een auto. De neuroloog vond het niet zo’n goed idee dat deze patiënt een rijbewijs zou krijgen. De patiënt vond dat hij nog best kon autorijden, kennelijk met de insteek: wat maakt een slachtoffer meer of minder nou uit?

De neuroloog voelde zich verantwoordelijk voor de medeweggebruikers van zijn schokkende, agressieve patiënt. Hij schreef een brief aan het CBR, waarin hij aangaf dat patiënt beter geen rijbewijs kon krijgen. De patiënt was daar volgens de neuroloog mee akkoord. Maar dat betwistte de patiënt achteraf. Sterker: nadat hij de neuroloog de huid had vol gescholden en in het gezicht had gespuugd, diende hij een tuchtklacht in tegen de neuroloog.

De wet bepaalt (artikel 7:457 Burgerlijk wetboek) dat een arts geen informatie over een patiënt aan anderen mag geven, tenzij de patiënt daar toestemming voor geeft. Deze hoofdregel kent uitzonderingen. Zo kan (of moet) de hulpverlener zijn geheimhoudingsplicht doorbreken wanneer dat noodzakelijk is om een belang te dienen dat zwaarder weegt. Dan kan de hulpverlener zich beroepen op overmacht. Als automobilist hoop ik dat dit soort gevaarlijke types geen rijbewijs krijgt. Ik ben neurolog ‘C’ zeer erkentelijk voor zijn poging om deze patiënt uit het (auto)verkeer te houden.

De tuchtrechter vindt dat maar onzin en oordeelt dat de arts géén toestemming had van zijn patiënt. Er is ook geen sprake van overmacht. De arts wordt tuchtrechtelijk veroordeeld.
Wel heeft hij de afgifte van het rijbewijs van zijn gevaarlijke patiënt met een jaar kunnen rekken. Hoeveel verkeersongevallen heeft de neuroloog daarmee voorkomen?

Voor mij is hij een held.

Dit artikel is geschreven door