Berntsen Mulder Advocaten logo

Afbeelding

Berntsen Mulder header afbeelding
18 november 2015

Guus Berntsen 35 jaar advocaat in Alphen aan den Rijn

‘Als je je onvoldoende in de feiten verdiept, is een zaak juridisch sowieso kansloos’

Het is niet veel advocaten gegeven, en zeker in Alphen aan den Rijn zijn ze op de vingers van één hand te tellen: advocaten die maar liefst 35 jaar in het vak zitten. Guus Berntsen van het Alphense advocatenkantoor Berntsen Mulder Advocaten heeft het voor elkaar gekregen. En hij is zijn drive om recht te halen nog lang niet kwijt.

 

 

Waarom wilde je advocaat worden?
“Eigenlijk was dat eerst niet het plan. Ik studeerde werktuigbouwkunde aan de HTS in Arnhem. Tijdens mijn diensttijd ontmoette ik allemaal jongens die rechten studeerden. Wat bleek? Zij hadden tijdens hun studie tijd om heel veel van de wereld te zien, terwijl ik van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat druk was met mijn studie. Toen ben ik geswitcht. Juridische vraagstukken bleken me redelijk makkelijk af te gaan. Ik ging in een rechtswinkel werken, waar ik de intakes deed. Die besprak ik de dag erna met de advocaten. Ik merkte dat het erg bij me paste. Het is mooi om mensen advies te geven waar ze echt wat aan hebben.”

En toen?
“In de zomer van 1980 ging ik met een studiegenoot naar een huisje in Zeeland, om zonder afleiding mijn scriptie te schrijven. ’s Ochtends werkten we hard, ’s middags gingen we naar het strand. Daar zag ik in een juristenblad een vacature staan voor advocaat-stagiair bij De Kort en Partners in Alphen aan den Rijn. Het was een roerige tijd.  Ik was afgestudeerd in ondernemingsrecht  en arbeidsrecht. Maar de economie lag op z’n gat, het was crisis in de huizenmarkt. Het was in die tijd heel gebruikelijk dat je één tot anderhalf jaar op een stageplek moest wachten. Zo lang hoefde ik gelukkig niet te wachten. Ik kon 1 november 1980 beginnen. Op 7 november werd ik als advocaat beëdigd en op 9 november kreeg ik mijn eerste strafzaak.”

Gewonnen?
“Het was een eclatant succes! Een vrouw had een stuk vlees gestolen bij de slager. In de tenlastelegging stond dat het varkensvlees was. In die tijd was het zo dat een eis niet gewijzigd kon worden. Ik heb toen kunnen aantonen dat het om diefstal van een stuk rundvlees ging. Dus het feit kon niet worden bewezen. Dat klinkt misschien raar, maar stel dat het om de diefstal van een auto ging, en later blijkt het om een fiets te gaan. Dat is een groot verschil. Mijn patroon, De Kort, was uiteraard tevreden.”

Hoe zag de advocatuur er in de beginperiode van je carrière uit?
“Compleet anders dan nu. Als advocaat behandelde je vrijwel alle rechtsgebieden. Ik deed echtscheidingen, vreemdelingenrecht, faillissementen, strafrecht. Het kwam er op neer dat de zaken op maandag op kantoor werden verdeeld. Als iemand een zaak in Den Haag had, moest hij alle zaken in Den Haag doen. De praktische aanpak. Soms sprak je de cliënt een kwartier van te voren voor het eerst. Je werd eigenlijk in het diepe gegooid. Nu werken advocaten veel meer met vaste relaties en op één rechtsgebied.”

Cliënt in trouwjurk
“Een legendarisch verhaal op kantoor is een echtscheiding die ik moet afwikkelen. Het bleek dat de vrouw in kwestie nogal hoteldebotel was… Op een dag kwam ze ons kantoor binnen… in een trouwjurk! En ze vroeg naar mij. Ik was gelukkig naar een zitting. We moesten die dame uitleggen dat wij een cliënt-relatie hadden, geen echte relatie, haha.”

Piketdienst
“Het waren drukke tijden. Ik deed 16 rechtsgebieden. Alles mochten we doen, omdat het om gefinancierde rechtshulp ging. We deden ook piketdienst in het weekend. Dat was interessant, omdat alle opbrengsten van een weekend voor onszelf waren. Maar soms zat je de hele dag in Den Haag duimen te draaien, dan was er niets. Later is het kantoor gestopt met onder meer strafrecht en vreemdelingenrecht, omdat we op een gegeven moment gingen kijken wat het onder de streep opleverde. Toen begonnen de specialisaties.”

Partner
“Na drie jaar vroeg ik aan De Kort of ik advocaat-medewerker mocht worden. Nee, zei hij. Wat denk je? Hij wilde meteen dat ik direct partner werd. Samen met een collega ging ik tussen de middag naar de bank, vroeg om 200.000 gulden om me in te kopen in de maatschap en het was geregeld. Zo makkelijk ging dat in die tijd.”

Opleider
“Wanneer ik patroon ben van een advocaat-stagiair, weet ik binnen korte tijd of iemand geschikt is voor het vak.  Ik ben een kritisch patroon. Ik geef iemand één keer een opdracht. Als ik twee dagen later nog geen oplossing heb  en ze moeten nog eens informeren naar de opdracht, dan houdt het op. Een goede advocaat is iemand die een goede analyse kan maken en zich verdiept in de feiten. Als je je onvoldoende in de feiten verdiept, is een zaak juridisch sowieso kansloos. Je moet de juiste attitude hebben.”

Meest trots
“Ik vertegenwoordigde vanaf 1980 de vereniging voor dierverloskundigen. De overheid wilde het vak van dierverloskundige afschaffen. Destijds moesten zij staatsexamen doen. Uiteindelijk is het me gelukt om het wetsvoorstel elf jaar te vertragen. Een hele beroepsgroep was me daar dankbaar voor. Het punt was dat dierverloskundigen handiger waren dan dierenartsen. Bovendien waren ze goedkoper. Alleen mochten dierverloskundigen geen keizersneden doen. Ik heb ook bij het Gerechtshof voor elkaar gekregen dat dierverloskundigen dezelfde medicijnen mochten gebruiken als dierenartsen. De dierenartsen konden mijn bloed wel drinken…”

Emotionele zaak
“Over alle zaken die ik in 35 jaar heb gedaan, zou je een boek vol kunnen schrijven. Een schrijnende zaak was die van een boerenfamilie, waarvan de ene zoon de boerderij van de overleden vader mocht overnemen, en de tweede zoon als tweederangs werd beschouwd. De ene zoon mocht warm eten in de keuken, de ander moest zijn boterhammetjes tussen de koeien opeten. Ik bepleitte dat de tweede zoon gelijke rechten had en hij kreeg uiteindelijk de helft van de erfenis. De zaak is me bijgebleven, omdat hij zo emotioneel was. Hij duurde bijna vier jaar. Nog altijd heb ik een beeldje van een koe voor het raam van mijn huis staan, dat ik van de boerenzoon kreeg.”

Niet pessimistisch
“Over de toekomst van de advocatuur ben ik niet pessimistisch. Er zijn mensen die zeggen dat alles wordt geautomatiseerd, maar daar geloof ik niet in. Zolang de rechters die de uitspraken doen mensen zijn, blijft het altijd de vraag wat de uitkomst van een zaak is. Als advocaat moet je feiten kunnen analyseren, interpreteren en presenteren. Dat blijft mensenwerk. Wel moet je veel meer aandacht besteden aan kwaliteit dan vroeger. Alleen dan is een kantoor levensvatbaar. Alles wat ‘standaard’ werk is, wordt door de markt weggesnoept.”

Stevig thuisfront is een must
“Als advocaat maak je lange dagen. De tropenjaren zijn voor mij wel voorbij, ik ben nu langzaam aan het afbouwen. Maar als het werk er om vraagt, doe ik wat ik moet doen. Het is vol te houden omdat ik altijd met plezier naar mijn werk ga en de uitdaging blijf zoeken. En het is een must om een stevig thuisfront te hebben dat je steunt in woelige tijden. Veel sporten helpt om je fysieke en mentale conditie op peil te houden. En ‘last but not least’: een geweldig team!”

(geschreven door Bernie Putters)