Berntsen Mulder Advocaten logo

Afbeelding

Berntsen Mulder header afbeelding
13 december 2016

BTW terugvragen voor oninbare vorderingen wordt makkelijker

Advocaat ondernemingsrecht Carst TeiwesGoed nieuws voor ondernemers: vanaf 1 januari 2017 wordt het makkelijker om BTW van oninbare facturen terug te vorderen.

Bent u ondernemer? Dan heeft u te maken met BTW. Ook heeft u - helaas - wel eens te maken met niet-betalende klanten. Het terugvorderen van BTW heeft nu de nodige haken en ogen. Dit zorgt ervoor dat ondernemers vaak onnodig lang moeten wachten op hun geld. Dat kan weer voor liquiditeitsproblemen zorgen. Dit is onwenselijk. Een vereenvoudiging van de regelgeving op dit punt is gewenst. Deze vereenvoudiging ziet  - waarschijnlijk - al op 1 januari 2017 het levenslicht. (Lees hier de wetswijziging - PDF, 356 kB)

Centraal staat artikel 29 van de Wet op de Omzetbelasting 1968 (Wet OB). Het huidige artikel wordt op een vijftal punten gewijzigd.

1. Moment oninbaarheid wettelijk vastgelegd

In de wet wordt opgenomen dat de oninbaarheid van een vordering ontstaat op het moment dat de vordering 1 jaar nadat deze opeisbaar is geworden nog niet is betaald;

2. Verzoek teruggaaf niet meer nodig

De ondernemer hoeft niet langer een afzonderlijk verzoek te doen voor de teruggaaf van BTW in het geval van een oninbare vordering.

3. BTW verschuldigd vanaf het moment van het -alsnog- ontvangen van een betaling

Stel: De ondernemer heeft om teruggaaf BTW verzocht en de Belastingdienst heeft dit verzoek gehonoreerd. Enige tijd later ontvangt de ondernemer alsnog een betaling op de - volgens hem - oninbare factuur. Wat dan? Onder het huidige artikel 29 OB bestaat onduidelijkheid over de positie van de Belastingdienst in een dergelijk geval. Dit verklaart de terughoudendheid bij het honoreren van verzoeken om teruggaaf. 

Om aan de onduidelijkheid een einde te maken wordt wettelijk vastgelegd dat, indien de ondernemer alsnog een betaling ontvangt op een vordering die oninbaar leek, de BTW vanaf het moment van betaling verschuldigd is.

4. Indeplaatsstelling

Maar wat nu als de ondernemer zijn vordering overdraagt aan een derde? De derde kan vaak niet zelf een verzoek om teruggaaf doen. Het nieuw toe te voegen lid 6 van artikel 29 OB voorziet daarom in een ‘indeplaatsstellingsconstructie’.  Degene die de vordering overneemt, wordt ook gerechtigd om te verzoeken om een teruggaaf BTW.

5. Vooraftrek aangeven en afdragen

Een ondernemer die de BTW over ontvangen facturen in vooraftrek neemt, moet opletten. Als de facturen een jaar open staan (of zoveel eerder als komt vast te staan dat de facturen niet worden voldaan) dan moet hij de gepleegde BTW-vooraftrek weer aangeven en afdragen.

De ‘facelift’ van artikel 29 OB lijkt gunstig voor ondernemers. De vraag is hoe de regeling in de praktijk zal uitwerken. Kanttekening bij de facelift is dat er geen specifieke aandacht is besteed aan faillissementssituaties. Maar ook op dit punt lijkt er beweging in Den Haag.


Voor vragen over dit onderwerp kunt u contact opnemen met mr. C. Teiwes (c.teiwes@berntsenmulder.nl). Of bel met 0172-427074.

Dit artikel is geschreven door